zaterdag 7 juni 2014

St. Maximäin in Pintsch


De St. Maximäinkerk in Pintsch is een van de oudste parochiekerken in de Luxemburgse Ardennen. Voor het eerst is melding gemaakt van een kerk in de 8e eeuw. Die bestaat al lang niet meer, maar de huidige toren is waarschijnlijk die van de tweede kerk die op deze plaats gebouwd werd en stamt uit de 11e eeuw. De rest van de kerk is, nadat hij door een brand gedeeltelijk verwoest was, in 1738 opnieuw gebouwd. In 1879 werd het schip met twee ramen verlengd.

Het interieur van de St. Maximäin is tussen 1739 en 1744 gemaakt door schrijnwerker en beeldhouwer Jean-George Scholtus (1680-1754).
In het midden van het altaar staat een groot beeld van de patroon van de kerk, Maximinus van Trier.
Maximinus van Trier werd eind van de derde eeuw geboren bij Poitiers en stierf op 12 september 346 in diezelfde plaats. In 329 werd hij bisschop van Trier.

 

St. Maximäin in Pintsch
The St. Maximäin church in Pintsch is one of the oldest parish churches in the Luxembourgish Ardennes. The presence of a church in this place was first mentioned in the 8th century. The original church is long gone, but the present tower was probably part of the second church that was built and dates back to the 11th century. The nave of the church was rebuilt in 1738, after the former one was partly destroyed by fire. In 1879 the nave was extended with two more windows.

The interior of St. Maximäin was made between 1739 and 1744 by shriner and sculptor Jean-George Scholtus (1680-1754). In the centre of the altar a statue of the patron is placed, Maximin of Trier.
Maximin of Trier was born at the end of the third century in Poitiers and died there on September 12, 346. In 329 he became bishop of Trier.

vrijdag 6 juni 2014

Tumulus


In de buurt van Boevange-sur-Attert ligt de Helperknapp, een heuvel waarover niet alleen diverse sagen worden verteld, maar waar bovendien verschillende overblijfselen uit een ver verleden te vinden zijn. En waarschijnlijk is er een verband die twee feiten.

Een van de historische plekken is een Romeinse grafheuvel - een "tumulus", die volgens de archeologen uit de derde eeuw stamt. Hij heeft een diameter van 24 meter en was oorspronkelijk ongeveer zes of zeven meter hoog. Eromheen lag een muur van zandstenen, waarin een groot grafaltaar was ingebouwd, die diende als urnenkamer. Aan weerszijden van het altaar zijn offergaven gevonden, waaronder vazen met munten. In het midden van de heuvel stond een pilaar, waarop waarschijnlijk een beeld of een menhir heeft gestaan.

Bij de ontdekking, in 1969, bleek de grafheuvel al gedeeltelijk geplunderd en vernield. Bij de restauratie zijn alleen stenen gebruikt die ter plaatse gevonden werden. Daarmee zijn 18 meter van de ronde muur en een deel van het grafaltaar zo goed mogelijk hersteld.

 

Tumulus
The Helperknapp, a hill near Boevange-sur-Attert, isn't just surrounded by numerous legends, it is also a place where a lot of remains from old ages have been found.

One of the historical sites is a Roman burial mound - a "tumulus" - which, according to archeologists, dates back to the third century. It has a diameter of 24 meters and originally was about six or seven meters high. It was surrounded by a sandstone wall, in which a chamber tomb was created, containing urns. On both sides of the chamber, offerings to the dead have been found, such as vases filled with coins. In the centre of the mound had been a pillar, probably with a statue or a menhir on top.

When it was discovered, in 1969, the burial mound had already been partly plundered and damages. For its restoration, only stones thad were found at the site were used. Some 18 meters of the circular wall and a part of the chamber tomb have been restored.

donderdag 5 juni 2014

Ons Heemecht


Begin 1864 werd de "Allgemeine Luxemburger Musikverein" opgericht - die later de naam "Union Grand-Duc Adolphe" kreeg. De eerste directeur was Jean-Antoine Zinnen, die bevriend was met dichter Michel Lentz. Michel Lentz schreef de tekst van "Ons Heemecht", waarvoor Zinnen de muziek maakte. Dat werd in 1972 het volkslied van Luxemburg.

"Ons Heemecht" werd voor het eerst uitgevoerd op de eerste feestavond die de nieuwe muziekvereniging organiseerde. Dat was 5 juni 1864 in Ettelbruck - vandaag precies 150 jaar geleden.

Dit jaar wordt jubileum uitbundig gevierd.  Onder meer een uitvoering het volkslied op dezelfde plek en dezelfde datum als die eerste keer. 1300 scholieren, gekleed in de nationale kleuren van Luxemburg (rood-wit-lichtblauw), zongen vanochtend om tien uur op de Place Marie-Thérèse in Ettelbruck het volkslied.

 

Ons Heemecht
In the first months of 1864 the "Allgemeine Luxemburger Musikverein" was established, which later changed its name in "Union Grand-Duc Adolphe". The first director of the musical society was Jean-Antoine Zinnen, who was a friend op the poet Michel Lentz. Michel Lentz wrote the lyrics to "Ons Heemecht", and Zinnen wrote the music. Since 1972 it is the national hymn of Luxembourg.

"Ons Heemecht" was first performed on the first festive evening of the new musical society. That was on June 5, 1864 in Ettelbruck - exactly 150 years ago.

This year there are several festivites to celebrate this anniversary. One of them was a performance of the hymn at the same spot and on the same date as that first time. So this morning at ten, at the Place Marie-Thérèse in Ettelbruck, 1300 schoolchildren were singing the national hymn.

woensdag 4 juni 2014

Luxemburgse vlag(gen)


Luxemburg heeft twee officiële vlaggen. De originele vlag - de staatsvlag en oorlogsvlag - lijkt sterk op die van Nederland. Drie horizontale banen in rood-wit-blauw. Kleuren die zijn gebaseerd op het Luxemburgse wapen: de rode leeuw (roude Léiw) - het nationale symbool - op een achtergrond van witte en blauwe banen.
Gelukkig is het blauw van de Luxemburgse vlag anders dan dat van de Nederlandse. Waar het Nederlandse kobaltblauw pantonekleur PMS286 is, gebruikt Luxemburg het lichtere PMS299.

Hij werd voor het eerst gebruikt in 1845, werd in 1848 voor het eerst beschreven maar werd pas op 23 juni 1972 wettelijk vastgesteld.

En dan is er nog de Luxemburgse handelsvlag. Die toont de rode leeuw op een achtergrond van witte en blauwe banen, precies zoals het nationale wapen.
In 2007 diende Kamerlid Michel Wolter een wetsvoorstel in om voortaan de handelsvlag als nationale vlag in te voeren. Hoewel het voorstel door 80% van de bevolking werd gesteund, werd het door het parlement van tafel geveegd. Zoals Juncker destijds zei: "zolang ik premier ben, komt er géén nieuwe vlag!"
Maar inmiddels is Juncker geen premier meer, dus wie weet komt die nieuwe vlag - buitengewoon populair bij de Luxemburgers - er toch nog...

 

Luxembourgish flag(s)
Luxembourg has two official flags. The original flag - flag of the state and flag of war - looks a lot like the Dutch one. Three horizontal stripes in red, white and blue. These colours are based on the national coat of arms: the red lion (roude Léiw) - the nation symbol - on a background of white and blue stripes.
But of course it isn't exactly the identical to the Dutch flag. The Dutch blue is pantone 286c and the - lighter - Luxembourgish blue is pantone 299c.

The flag was first used in 1845, was first described in 1848, but it took to June 23, 1972 until it was officially adopted by law.

And then there is the Luxembourgish civil ensign. It shows the red lion on a background of white and blue stripes, exactly like the national coat of arms.
In 2007, MP Michel Wolter introduced a legislative proposition to replace the national flag by the civil ensign. Although the proposition was supported by 80% of the Luxembourgish population, it was rejected by the parliament. To quote Juncker: "as long as I am prime-minister, there will be no new flag!"
But presently Juncker is no longer the prime-minister, so may be the new flag - extremely popular with the Luxembourgers - will arrive after all...


dinsdag 3 juni 2014

Petrus en zijn kerk


In 1066 maakte de Engelse monnik Petrus een pelgrimstocht naar Rome. Vervolgens reisde hij met een aantal andere monniken door naar Useldange, om het door de kasteelheren in 1102 gevestigde prioraat over te nemen.
Onder leiding van Petrus bouwden ze er een klooster en een kerk met drie schepen.

Petrus bleef minstens 20 jaar in Useldange en verrichtte daar, volgens de overlevering, diverse wonderen. Zo wekte hij, op verzoek van een vrouw, haar gestorven man weer tot leven, zodat hij vergeving kon vragen voor zijn zonden. Dat deed de man, en drie dagen later stierf hij definitief. Ook gaan er verhalen dat Petrus tijdens zijn hoogmissen af en toe boven de grond zweefde.

In 1128 werd Petrus als prior naar een klooster in Frankrijk beroepen. Hij stierf in 1141.

 

Peter and his church
In 1066 the English monk Peter went on pilgrimage to Rome. From there, het traveled further to Useldange, with a couple of other monks, to take over the priorate the Lords of the castle had established there in 1102.
Coordinated by Peter, the monks built a convent and a church with three naves.

Peter stayed in Useldange for over 20 years and, according to tradition, he worked several miracles. He raised a man from death, for instance, because his wife asked him to, so her husband could pray for forgiveness for his sin. After his prayers, the man died again. There are also stories that Peter hovered above the floor during mass on several occasions.

In 1120 Peter was called to take over the priorship of a convent in France. He died in 1141.

maandag 2 juni 2014

Paul Eyschen


Paul Eyschen werd op 9 september 1841 geboren in Diekirch, als zoon van een minister. Hij studeerde rechten in Parijs en Bonn en vestigde zich in 1865 als advocaat in Luxemburg-stad.

Een jaar later werd hij gekozen in het parlement, daarna vertegenwoordigde hij Luxemburg als "chargé d'affaires bij de Duitse regering en van 1876 tot 1888 was hij minister voor Justitie.
In 1888 werd hij premier van Luxemburg en minister van Staat. Daarnaast was hij minister van Buitenlandse Zaken en vanaf 1896 ook nog minister van Landbouw. Al die functies bekleede hij tot aan zijn dood in 1915.

Hij was een liberaal politicus, die veel hervormingen doorvoerde en zich inzette voor uitbreiding van het kiesrecht. Ook beperkte hij de invloed van de kerk op het onderwijs.
In 1914 protesteerde hij scherp tegen de Duitse inval in het neutrale Luxemburg. Maar hij bleef zijn werk als premier zo goed mogelijk uitvoeren.
Hij stierf op 12 oktober 1915 in Luxemburg-stad.

 

Paul Eyschen
Paul Eyschen was born in Diekirch on September 9, 1841, as the son of a minister. Hij studied law in Paris and Bonn en in 1865 he opened a practice as a lawyer in Luxembourg-city.

A year later he was chosen to the Chamber of Deputies, later on he was appointed "Chargé d'Affaires" in Germany and from 1876 until 1888 he was Minister of Justice.
In 1888 he was appointed Prime Minister and Minister of the State. Besides that, he was Minister of Foreign Affaires and after 1896 also Minister of Agriculture. He kept al those positions until his death in 1915.

He was a liberal politicians, who introduced many changes and supported a general right to vote. He also restricted the influence of the church on the education system.
In 1914 he strongly protested against the German invasion in non-aligned Luxembourg, yet he tried to do his work as Prime Minister as well as was possible.
He died on October 12, 1915 in Luxembourg-city.

zondag 1 juni 2014

Drie nonnen op een ezel


Rondom de Quirinuskapel speelt zich een grappige legende af.
Drie nonnen die leden onder een huidziekte, gingen op pelgrimstocht naar Luxemburg om daar om genezing te bidden. In de buurt van de Quirinuskapel stegen ze af van hun ezel om met het bronwater hun dorst te lessen. Zodra ze er een slok van gedronken hadden, waren ze van hun kwaal genezen. Ze beloofden om als dank een standbeeld te plaatsen.
Toen ze bij het klooster in de stad aankwamen, zaten de zusters al aan de avondmaaltijd. Omdat ze bang waren voor straf wegens hun late aankomst, besloten ze de ogen van een van de drie te verbinden om een excuus voor hun late komst te hebben.

 

Three nuns on a donkey
A funny legend exists about the Quirin Chapel.
Three nuns, who suffered from a skin disease, went on a pelgrimage to Luxembourg and pray for healing. When they came to the Quirin Chapel, they dismounted their donkey to quench their thirst with water from the spring. As soon as they had taken a sip, their disease was cured. They promised to erect a statue to show their gratitude.
When they arrived in the convent in the city, they noticed the nuns had already starte dinner. They feared being punished for being late and decide to bandage the eyes of one of them, to have an excuse for there late arrival.